Schipper en verhalenverteller Age Veldboom
Het is dinsdagochtend. Het grote, zwarte houten gebouw met raampjes als vriendelijke ogen ademt rust uit. Logisch, want het skûtsjemuseum is gesloten. Of toch niet? Achter het gebouw is er volop bedrijvigheid. Dinsdag is namelijk de dag van de Mannen van het Museum. Op die dag wordt er geklust, geverfd en getimmerd aan het enige echte skûtsjemuseum van Nederland. Al die mannen dragen het bijzondere museum een warm hart toe. En het begon allemaal met een idee dat ontkiemde in het hoofd van Age Veldboom…
Age: ‘Jaren geleden runde ik samen met mijn vrouw Anna zeilschool Annaga in Eernewoude. In 1980 kocht ik een skûtsje waarmee ik een varende surf- en zeilschool creëerde. Ik denk dat op dát moment mijn liefde voor het skûtsje werd geboren. Het schip wordt nu gebruikt om te zeilen, maar vroeger was het een bron van inkomsten en een huis voor schippersgezinnen. Naarmate die functie veranderde, werd er van alles gesloopt en weggegooid. Maar aan al die materialen kleven verhalen en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om die verhalen op de sloop te laten eindigen. Dus als ik voorwerpen tegenkwam die met skûtsjes te maken hadden, nam ik ze mee naar huis.
Gaandeweg groeide mijn collectie en daarmee ook het idee om een skûtsjemuseum te beginnen. Ik had wat grond op een klein industrieterrein aan het water en daar wilde ik het museum bouwen. Een van mijn inspiratiebronnen voor het gebouw was de prachtige werf De Hoop in Workum: een zwart gebouw met mooie lijnen die dezelfde rust uitstralen als de stevige rondingen van een skûtsje. Ik vroeg een vergunning aan bij de gemeente, maar wachtte niet op toestemming. Als ik ergens enthousiast over ben, dan gaan mijn handen jeuken en wil ik aan de slag.
De bouwer had wel wat met mij te stellen, want tijdens het proces kreeg ik regelmatig nieuwe ideeën. Zo vond ik prachtige halfronde raampjes die uit een oude boerderij kwamen. “Die moeten in de achterkant van het museum,” zei ik tegen de bouwer. “Maar dat staat niet op de tekening!” riep hij. “Dan veranderen we toch gewoon de tekening?” antwoordde ik. En zo gebeurde het.
Naast het bouwen van het museum runden mijn vrouw en ik ook nog de zeilschool. Gelukkig was Anna een geweldige regelaar, wat mij de ruimte gaf om mijn ideeën uit te voeren. Op 1 juni 1998 werd het museum op een zonnige dag geopend en honderden mensen woonden de feestelijkheden bij. Zo ook burgemeester Polderman. Glimlachend zei hij tegen mij: “Toch wel bijzonder dat de gemeente precies op de dag dat we de uitnodiging voor deze opening ontvingen ook de officiële vergunning verstrekte.” Tja, ik was voortvarend aan de slag gegaan, vol vertrouwen dat het met die vergunning wel goed zou komen. En dat was uiteindelijk ook zo!
Een paar weken na de opening van het museum overleed Anna door een auto-ongeluk. Nu had ik naast een groot verdriet, twee jonge kinderen en een zeilschool ook nog een skûtsjemuseum waar ik ineens alleen voor stond. Maar zoals het gaat in een kleine gemeenschap als Eernewoude zijn we er voor elkaar in tijden van feest én in tijden van nood. Mensen kwamen naar mij toe en zeiden: “Age, dit kun je niet alleen, we gaan je helpen.” Ik noemde hen de Club van Wijze Mensen. Ze hielpen mij met het runnen en verder uitbouwen van het skûtsjemuseum. Gaandeweg groeide het kleine groepje vrijwilligers uit tot een legioen dat inmiddels ruim vijftig mensen telt.
In 2005 werden deze vrijwilligers gezamenlijk eigenaar van het skûtsjemuseum. Elke vrijwilliger brengt zijn vakmanschap en talenten in. Samen houden ze het museum op koers: de een geeft rondleidingen, de ander is handig met kluswerk. Je kunt dus gerust zeggen dat dit museum vaart op liefde en enthousiasme.’
‘Aan al die oude materialen van het skûtsje kleven verhalen’