Rondleider en verhalenverteller Tiete Franke
De golven klotsen zachtjes tegen de houten praam waarmee Tiete door het water vaart. Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes. Ziet hij het goed? Vliegt daar een grote grijze snip? Deze vogel komt in Nederland nog maar zelden voor en Tietes hart maakt een blij sprongetje. Het doet hem denken aan de tijd dat hij als jongetje van een jaar of acht regelmatig met zijn vader naar een vogelhut roeide. Zijn vader Douwe was toen schoolmeester in Eernewoude en schreef daarnaast boeken over de natuur. Net als zijn vader werkte Tiete ook in het onderwijs. Nu hij met pensioen is, deelt hij zijn kennis door bezoekers in een praam rond te leiden in De Alde Feanen. Tiete kent talloze verhalen, maar De Duvel fan Earnewâld is een van zijn favorieten.
Tiete: ‘Het verhaal van De Duvel fan Earnewâld gaat over Freark Helffrich. Hij werd in 1820 in Harlingen geboren, trouwde in 1845 met Japke Hamstra en samen gingen ze in Wartena wonen. Freark verdiende de kost als schippersknecht en daarnaast verkocht hij kruiden. Hij kon prachtige verhalen schrijven en vertellen. Hij verkocht zijn kruiden onder andere aan politicus Pieter Jelles Troelstra en aan diens vrouw, de schrijfster Nienke van Hichtum. Als hij bij het gezin over de vloer kwam, vertelde hij graag verhalen. Pieter Jelles tekende zijn verhalen op en publiceerde ze in zijn tijdschrift For hûs en hiem. Ook Nienke liet zich voor haar boeken inspireren door de verhalen van de kruidenzoeker.
Freark had twee opvallende bijnamen. De eerste was Freark Prûk, omdat hij een wilde bos haar had. Zijn tweede was De Duvel fan Earnewâld. Die had hij te danken aan het feit dat hij het heerlijk vond om grappen uit te halen en mensen te laten schrikken. Zo haalde Freark eens een grap uit met een jonge vrouw die op de boerderij van de familie Jaarsma in Wartena werkte – toen noemden ze zo iemand een boerenmeid. Freark voer met zijn boot naar de boerderij en zag de boerenmeid op de boenstap* bij het water de melkbussen schoonmaken. Hij stuurde zijn boot het riet in en kleedde zich uit tot op zijn ondergoed. Daarna liet hij zich zo stil mogelijk tussen het riet zakken, zwom onder water en dook vlak bij de boenstap weer naar boven. De boerenmeid gilde het uit van schrik!
Nadat Freark hartelijk had gelachen om haar reactie, zwom hij weer terug naar zijn boot, kleedde zich aan en meerde aan bij de boerderij. De meid besloot echter wraak te nemen op haar plaaggeest: terwijl Freark binnen zijn kruiden aan de boerin verkocht, goot ze stroop in zijn klompen die bij de deur stonden. Toen Freark vertrok en in zijn klompen stapte, zaten zijn sokken vol stroop! Nu was het de beurt van de meid om te lachen. Maar wie het laatst lacht, lacht het best: Freark zette met zijn stroopsokken de achtervolging in op de meid die lachend de keuken invluchtte. Het resultaat was een keukenvloer bezaaid met plakkerige voetstappen. Freark sprong weer in zijn boot en de meid bleef achter met een kleverig klusje: het schoonmaken van de keukenvloer.
Freark gebruikte zijn zwemkunsten overigens niet alleen om grappen uit te halen; hij redde meerdere keren het leven van mensen die in het water waren gevallen. De Duvel fan Earnewâld was dus op sommige momenten ook de reddende engel van Eernewoude.’
* Een boenstap is een steigertje in het water.
‘Freark had de bijnaam De Duvel fan Earnewâld, omdat hij het heerlijk vond om anderen te laten schrikken’