Beheer grasland
In De Alde Feanen zijn zomerpolders, winterpolders en legakkers te vinden. Ze worden op de volgende manier beheerd:
Zomerpolders
Zomerpolders zijn graslandpolders die in de winter (1 november-1 maart) onder water staan. Laban, De Wyldlannen en Polder Grondsma lagen vroeger voor de boezem en waren onderdeel van de ± 100.000 hectare van dit type grasland dat Fryslân rijk was. In die periode had men nagenoeg geen wateroverlast, omdat deze gebieden een prima waterberging vormden en er vrijwel geen mensen woonden. Later zijn deze gebieden bijna allemaal bedijkt en bemalen. De nog resterende zomerpolders hebben de volgende natuurwaarden:
- slaapplaats voor eenden en ganzen in de winter
- foerageer- en slaapplaats voor steltlopers in het (vroege) voorjaar
- broedgebied voor weidevogels
- landschappelijke en botanische waarden
Deze zomerpolders worden verpacht aan boeren die er gedurende de zomermaanden (jong) vee weiden. De niet beweide percelen worden gehooid door It Fryske Gea. Het maaien gebeurt na 1 juli, dus na het broedseizoen van de weidevogels. Na het maaien wordt een deel nageweid met koeien of schapen. Aangezien het hier in feite boerenland betreft, worden de greppels, sloten en de afrastering onderhouden. Het beheer van de zomerpolders vergt veel tijd, omdat het hier zogenaamd ‘vaarland’ betreft, dus alles (materiaal, vee en hooi) moet per boot aan- en afgevoerd worden.
Winterpolders
Winterpolders zijn graslandpolders die het hele jaar bemalen worden en nagenoeg droog staan. Eén van de bekendste winterpolders is De Bolderen. Bekend vanwege zijn lage ligging, het voorkomen van kwel en de unieke schrale vegetatie. Het beheer is vooral op het behoud van het grasland gericht. Jaarlijks wordt er gemaaid (na 15 juni) en beweiding wordt extensief, dus met weinig dieren op een groot oppervlak, uitgevoerd.
De legakkers (stripen)
Er liggen veel stripen in De Alde Feanen. Dit zijn restanten van de vervening, want hier werd vroeger het veen op gedroogd. Vroeger werden vele legakkers door boeren uit de wijde omgeving gemaaid en gehooid. Ook nu worden de legakkers jaarlijks gemaaid. Het jaarlijks maaien heeft met name te maken met het behoud van de landschappelijke- en botanische waarden. Planten die hier voorkomen zijn o.a. kleine valeriaan, moeraskartelblad en diverse grassen en zegges.
Beheer Moerasbos
In feite kunnen alle hiervoor genoemde landschapstypen overgaan in bos wanneer het beheer zou stoppen. Echter voor de moerasbossen geldt: niets doen. Het enige beheer dat op kleine schaal plaatsvindt, is het snoeien van overhangende takken over (vaar)wegen en paden. De natuurwaarden van deze moerasbossen zijn groter dan vaak gedacht wordt. Mossen, paddenstoelen en vogels vinden er hun plek. Landschappelijk gezien zijn de moerasbossen in De Alde Feanen puur natuur. Zij zijn spontaan ontstaan en niet aangeplant.